Met het overlijden van Gustav Leonhardt in januari 2012 is de oude-muziekbeweging een van zijn belangrijkste pleitbezorgers verloren. Het belang van Leonhardt voor het verdedigen van onterecht vergeten repertoire, en voor de uitvoering ervan op historische instrumenten, kan nauwelijks worden overschat.
Van 31 augustus tot en met 2 september 2012 presenteerde de Stichting Muziekhistorische Uitvoeringspraktijk in samenwerking met het Conservatorium van Amsterdam een symposium onder de titel Much of what we do is pure hypothesis: Gustav Leonhardt and his Early Music. De muzikale en sociale context waarin Leonhardts vroege werk tot stand kwam, kwam aan bod, maar ook de jongste research naar de muziek die hij zo bewonderde. De focus lag niet enkel op het muzikaal rijke leven van een individu, maar vooral op de richtingen die een beweging kan kiezen op het moment dat één persoon, wiens esthetische stempel een invloed en een leidraad zal blijven, er niet meer is.
Het symposium werd voorafgegaan door een vertoning van Chronik der Anna Magdalena Bach, de film van Jean-Marie Straub en Danièle Huillet die 45 jaar geleden in Utrecht in première ging, met uitvoeringen door Leonhardt (in de rol van J.S. Bach), Nikolaus Harnoncourt en Bob van Asperen.
sprekers: Kailan Rubinoff, Frits Zwart, Ton Koopman, John Butt, Richard Egarr, Pieter Dirksen, Thérèse de Goede, Peter Wollny e.a.
curatoren: Pieter Dirksen en Jed Wentz
> download het programma
> download samenvattingen van de lezingen
t.z.t. verschijnt er van dit symposium een boek.