Gustav Leonhardt overleden (1928-2012)

16-1-2012 0:00:00


‘It was not done well, but it was surprising to find it done at all.’
Met die karakteristiek bescheiden woorden bedankte klavecinist, organist en dirigent Gustav Leonhardt, de achttiende-eeuwse letterkundige Dr. Johnson citerend, in 1980 voor de Erasmusprijs. Die ontving hij samen met Nikolaus Harnoncourt voor hun gezamenlijke Bach-cantateproject. Het was een mijlpaal – in het leven van vele historisch georiënteerde musici en voor de muziekwereld in het algemeen. Want niet alleen kwamen al Bachs geestelijke cantates voor het eerst integraal beschikbaar op de plaat, ook waren het louter uitvoeringen op historisch instrumentarium en met zangers die zich toelegden op het stijlzuiver en vibratoloos zingen. Na dit enorme project, dat achttien jaar in beslag nam en waarvoor Telefunkens Wolf Erichson zijn nek uitstak, had de oude muziek een niet meer weg te denken plek in het muziekleven veroverd.

Gustav Leonhardts reputatie van grensverleggend pionier rust op nog veel meer en even sterke pijlers: als docent aan het Conservatorium in Amsterdam leidde hij in de lange jaren dat hij daar lesgaf een stoet aan binnen- en buitenlandse klavecinisten op. Maar zijn muzikale invloed strekte zich net zo overtuigend uit naar andere musici in de oude muziek. Want hoewel hij begin jaren ’50 niet de eerste klavecinist was in Nederland, was hij wel degene die ernst maakte met de historische uitvoeringspraktijk. ‘Voor onze hele generatie is hij een leermeester geweest’, zei Frans Brüggen ooit.

Leonhardts wortels lagen in de Schola Cantorum Basiliensis, waar hij na de oorlog ging studeren. Maar daarvoor al had hij het geluk in aanraking te komen met mensen als organist en dirigent van De Nederlandse Bachvereniging Anthon van der Horst – Gustavs vader was daar bestuurslid –, cellist Carel van Leeuwen Boomkamp, die hem met de gamba liet kennismaken, en Hans Brandts Buys, de eigengereide Bach-kenner en klavecinist. In 1951 liet deze zich in het Amsterdamse Concertgebouw seconderen door Gustav Leonhardt in de spiegelfuga’s van Bachs Kunst der Fuge – een werk waarvan de bestemming voor klavecimbel toentertijd nog hevig werd betwijfeld. In november van hetzelfde jaar traden zij nogmaals met hetzelfde werk aan, maar nu waren de rollen omgedraaid: het was Leonhardts officiële debuut in Nederland, terwijl voor Brandts Buys slechts een aanvullende rol op het tweede klavecimbel was weggelegd. In 1952 publiceerde Gustav Leonhardt ten overvloede zijn The Art of Fugue – Bach’s last harpsichord work, an argument; het zou jammergenoeg een van zijn weinige muziekwetenschappelijke publicaties blijven.

De geheimen die hij door intensieve bronnenstudie aan de muziek wist te ontfutselen gaf hij liever in levende lijve door, zoals aan de vele verschillende musici die in de loop der tijd lid waren van zijn ensembles. In 1955 maakte hij met het Leonhardt Consort (ook zijn vrouw, de violiste Marie Amsler maakte er deel van uit) een begin met zijn historisch geïnformeerde manier van musiceren. Maar het was in de jaren ’60 met Quadro Amsterdam, een ensemble met Frans Brüggen, Jaap Schröder en Anner Bijlsma, merkwaardigerwijs alle drie nog op moderne instrumenten, dat de oude muziek voor het eerst salonfähig werd.
In later jaren zou hij zich meer en meer toeleggen op een carrière als solist, zowel op klavecimbel als op orgel, een instrument dat hem als organist van de Amsterdamse Nieuwe Kerk net zo na aan het hart lag. Sweelincks orgeloeuvre was hem in het bijzonder dierbaar: hij bezorgde in 1974 het eerste deel van het klavierwerk in de Opera Omnia van Jan Pieterszoon Sweelinck.

Gustav Leonhardt gaf jaarlijks nog rond de honderd concerten. Maar kort geleden was daar opeens zijn laatste recital op 12 december jl. in Parijs. Na dit optreden, dat werd bijgewoond door vele musici en waar hij sterk vermagerd maar ongebroken oogde, moest hij wegens zijn gezondheid verdere verplichtingen annuleren. Hij stierf op 16 januari in Amsterdam, 83 jaar oud, bíjna in het harnas. Tegen het Tijdschrift Oude Muziek had hij precies een jaar geleden gezegd: ‘Ik kan nog met gemak een tweede leven vullen met zestiende-, zeventiende- en achttiende-eeuwse muziek.’


In het eerstvolgende Tijdschrift Oude Muziek brengt Ton Koopman een saluut aan zijn leermeester (verschijnt op 15 februari).
Skip Sempé publiceerde een essay over zijn studietijd bij Gustav Leonhardt: ‘Gustav Leonhardt and The Little Red Harpsichord’.
Agnes van der Horst maakte een jaar geleden het laatste interview voor het Tijdschrift Oude Muziek met Gustav Leonhardt: ‘Aan één leven niet genoeg’ (zie TOM 1/2011, p. 20 e.v.).
Op ma 30 jan 2012 wijdt NTR Podium een extra uitzending aan Gustav Leonhardt.
In het Radio 4 Concerthuis kunt u luisteren naar drie bijzondere concerten door Gustav Leonhardt uit het omroeparchief.

Jolande van der Klis

(foto: Gustav Leonhardt (c)Marco Borggreve)

terug naar nieuwsoverzicht